Blaasontsteking
Wat is het ?
De blaas is de opslagplaats voor urine en zit onder in de buik. Via de urinebuis kan de urine naar buiten. Bij een blaasontsteking is de wand aan de binnenkant van de blaas ontstoken. Soms is ook de urinebuis ontstoken.
Een blaasontsteking geeft meestal pijn bij het plassen. Het kan zijn dat u vaak naar het toilet moet en dan telkens een klein beetje plast. Sommige mensen hebben aldoor het gevoel dat ze moeten plassen. Een blaasontsteking kan een drukkend of pijnlijk gevoel in uw onderbuik of in uw zij veroorzaken. De urine ruikt soms onaangenaam of is troebel. Soms zit er bloed in de urine.
Waardoor komt het?
Een blaasontsteking ontstaat meestal door bacteriën. Vrouwen hebben vaker blaasontsteking dan mannen, omdat vrouwen een kortere urinebuis hebben. Daardoor kunnen bacteriën van buitenaf bij vrouwen gemakkelijker de blaas binnendringen. Mensen die hun blaas niet goed kunnen leegplassen, bijvoorbeeld mannen met een vergrote prostaat of vrouwen met een verzakking, hebben meer kans op een ontsteking. Bij hen blijft er telkens een beetje urine in de blaas achter, waarin bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen. Het is niet waarschijnlijk dat u van kou of tocht een blaasontsteking kunt krijgen.
Kan het kwaad?
Een blaasontsteking is een vervelende en pijnlijke kwaal. Over het algemeen is een blaasontsteking goed te behandelen. Bij kinderen kan de ontsteking veroorzaakt worden door een afwijking van de urinewegen. Bij mannen gaat een blaasontsteking vaak samen met een ontsteking van de prostaat.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Om blaasontsteking te voorkomen, is het belangrijk voldoende te drinken. Probeer twee liter per dag te drinken.
Door regelmatig te plassen, spoelt u bacteriën naar buiten. Plas uw blaas altijd goed leeg.
Bij sommige vrouwen komt een blaasontsteking minder snel terug als ze plassen na het vrijen.
Wanneer naar de huisarts?
Mannen met klachten die op een blaasontsteking wijzen, moeten altijd contact met de huisarts opnemen.
Ook als u denkt dat uw kind een blaasontsteking heeft, moet u contact met de huisarts opnemen.
Vrouwen die denken een blaasontsteking te hebben, hoeven niet altijd naar de huisarts.
Zij moeten wel contact opnemen met de huisarts als ze zwanger zijn.
Als de klachten pijnlijk zijn of langer dan een week duren, ondanks het toepassen van de adviezen, moeten ook vrouwen contact met de huisarts opnemen.
Als er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Wanneer u met de genoemde klachten naar de huisarts gaat, moet u urine meenemen. Vang de urine op in een schoon potje dat goed af te sluiten is. (Te koop bij de apotheker) De urine moet bij voorkeur binnen twee uur na het plassen worden onderzocht. Als het u niet lukt de urine op tijd te brengen, bewaar het dan in een afgesloten potje in de koelkast. In de koelkast blijft de urine 24 uur geschikt voor onderzoek.
Interstitiële cystitis (IC)
Wat is het?
IC is een chronische, niet door bacteriën veroorzaakte, goedaardige aandoening van de urineblaas met vaak erg invaliderende symptomen. Het lijkt wel een blaasontsteking, maar antibiotica helpen niet. De klachten zijn heel typisch:
- pijn onder in de buik, soms trekkend naar de rug, liezen of flank;
- bij vrouwen pijn in de vagina, bij mannen pijn in de penis, testikels en scrotum;
- pijn die toeneemt als de blaas voller is; het plassen verlicht de pijn en geeft een opgelucht gevoel;
- continue aandrang gevoel;
- vaak plassen, ook 's nachts.
Het is een blaasziekte die vooral bij vrouwen voorkomt (90%). Ongeveer 10% van de IC-patiënten zijn mannen waarbij vaak ten onrechte de diagnose niet-bacteriële prostatitis (ontsteking van de prostaat) of prostadynie (pijn in de prostaat) was gesteld. IC wordt ook bij kinderen gevonden. Soms komen de klachten ineens, soms beginnen ze na een operatie, vooral na operaties aan de baarmoeder. De klachten gaan niet over, integendeel ze kunnen langzaam maar zeker erger worden. Spontane opstoten en afnamen van de symptomen zijn karakteristiek voor IC.
Veel vrouwen voor de menopauze ervaren verergering van de klachten net voor de menstruatie, waarschijnlijk het gevolg van het effect van geslachtshormonen op cellen in de blaas. Het vrijen kan pijnlijk zijn en soms zelfs onmogelijk.
Het reizen en uitgaan kan door de IC aanzienlijk belemmerd worden en winkelen wordt constant beheerst door de vraag "waar is het volgende toilet". Daardoor wordt de patiënt onzeker en depressief. Vaak wordt de juiste diagnose niet gesteld waardoor de patiënten wanhopig worden. Voor veel mensen is het dan ook een hele opluchting als de diagnose IC wordt gesteld.
De oorzaak
De oorzaak van interstitiële cystitis is niet duidelijk bekend maar men is het er nu min of meer over eens dat IC niet één oorzaak heeft maar dat het gaat om een syndroom dat gekarakteriseerd wordt door een ontstekingsreactie van de blaaswand waar verschillende factoren aan ten grondslag kunnen liggen zoals mechanische, allergische, immunologische ontsteking door een bacterie of virus en zelfs factoren die uit onze omgeving (voedsel b.v.) op ons afkomen. Het is heel belangrijk te weten dat IC niet door stress wordt veroorzaakt, maar dat stress (lichamelijk of emotioneel) de klachten kan verergeren.
Geschiedenis
Interstitiële cystitis (IC) werd eind van de 19e eeuw al in enkele medische leerboeken beschreven! Het is vooral de naam van Hunner die aan het syndroom verbonden is. Hunner, een chirurg in Boston, beschreef het ziektebeeld bij een serie patiënten in 1915. Hij beschreef het ziektebeeld bij vrouwen tussen de 20 en 40 jaar met de typische, bovengenoemde symptomen. Met daarbij nog: dyspareunie, dat wil zeggen pijn bij het vrijen. Hunner ontdekte dat deze patiënten een opvallend kwetsbaar blaasslijmvlies hadden. Bij cystoscopie (dat lukte toen al!) leek er in eerste instantie niets aan de hand, maar na aanraking met een stukje katoen ontstond direct bloedend slijmvlies, als het ware een ulcus (zweer). Dit is later het ulcus van Hunner gaan heten. Hunner dacht dat het hier om een dieper gelegen ontsteking van de blaas ging, vandaar de naam interstitiële cystitis. Hij behandelde zijn patiënten met zilvernitraat blaasspoelingen, die veelal een tijdelijk effect hadden.
Onderzoek en diagnose
Het stellen van de diagnose IC is vaak moeilijk en is een kwestie van uitsluiting van andere aandoening-en. Er zijn in de urologie ook syndromen bekend die op IC lijken, maar waarbij een andere oorzaak de reden van de klachten vormt. Patiënten komen vaak met wisselende klachten.
Bij de één staat de continue aandrang op de voorgrond, bij een ander het 's nachts moeten plassen, of juist de pijn. Als een patiënt geen pijn heeft, sluit dit niet uit dat hij/zij toch IC heeft.
Wat zijn nu de onderzoeken die de uroloog uitvoert om tot de diagnose te komen?
Een uitgebreide anamnese (vraaggesprek) is in de eerste plaats van belang om de aard van de klachten vast te stellen en ook de ernst en de uitgebreidheid hiervan. Hiertoe is een vragenformulier ontworpen dat in principe thuis moet worden ingevuld en meegebracht voor het eerste gesprek met de uroloog.
Aangezien IC een aandoening is van de binnenkleding van de blaas (het slijmvlies van de blaas), wil de uroloog de blaas van binnen bekijken. Dit heet cystoscopie. Bij IC wordt vaak een kenmerkend beeld gezien van het blaasslijmvlies namelijk dat bij toenemende vulling van de blaas overal bloedinkjes (petechiae) worden gezien (ook wel "de huilende blaas" genoemd). Het ulcus (zweer) van Hunner is zeldzaam.
Behalve het beoordelen van het slijmvlies wordt ook gekeken naar de capaciteit van de blaas, d.w.z. hoeveel urine de blaas kan bevatten. Voorts is het van belang enkele stukjes weefsel van de blaasbinnenkant te verwijderen (biopten) en deze biopten microscopisch te laten onderzoeken. Biopten van de blaas tonen in veel gevallen een toename van mestcellen die de blaasbekleding binnendringen. Mestcellen maken histamine dat bij contact met normaal weefsel pijn, zwelling, toename van de bloed-voorziening en later littekenvorming en krimpen van het aangedane orgaan veroorzaakt.
Het cystoscopisch onderzoek vindt plaats via een buisje waarop een kijker is gemonteerd zodat de uroloog in de blaas kan kijken. Dit buisje wordt via de plasbuis naar binnen gebracht. Onderzoek van de blaas, het meten van de blaascapaciteit en het nemen van biopten, wordt onder een vorm van anaesthesie uitgevoerd. De bevindingen van het vraaggesprek, de cystoscopie en de uitslag van de biopten bepalen de diagnose IC.
Daarnaast is het soms nodig om de blaasfunctie in kaart te brengen. Dit heet urodynamisch onderzoek (UDO).
Bij urodynamisch onderzoek wordt een dunne catheter in de blaas gebracht om de blaas te vullen en om de druk die de blaas opbouwt te kunnen meten. Een tweede catheter wordt in de endeldarm gebracht om de druk in de buikholte te meten. Het verschil van de druk van de blaas en de endeldarm is de druk die de blaasspier kan opbouwen. Tijdens het vullen van de blaas vindt een vraaggesprek plaats over wanneer de eerste aandrang wordt gevoeld en of dit pijnlijk is. Zo kan gekeken worden hoeveel vocht een urineblaas kan bevatten en wanneer de symptomen van drang en pijn optreden. Na dit UDO-onderzoek kan het plassen enkele dagen een branderig gevoel geven, maar dit verdwijnt vanzelf.